Agenda

 

 

 

 

 

 

 

“De Misa Criolla moet de wereld in”

Tenor Luis Oliva soleert in jubileumconcert van Cappella Bronckhorst

 

 

Gemengd koor Cappella Bronckhorst bestaat 100 jaar. Het jubileumjaar wordt op 27 januari geopend met o.a. een uitvoering van de Misa Criolla van Ariel Ramirez. Luis Oliva zingt de solo-partij. Een portret van een Chileense tenor, die zijn weg vond naar de Achterhoek. 

Luis Oliva kwam naar Nederland om zijn zangtalent verder te ontwikkelen. Maar wie denkt, dat hij zich hier uitsluitend richt op muziek uit Zuid-Amerika vergist zich. Op de plek waar we elkaar treffen, tref ik hem aan met een partituur van Sweelinck voor zijn neus. “Schitterende muziek”, zegt hij. 

Hij kwam op veertigjarige leeftijd vanuit Chili naar Nederland om zich verder te scholen in zang op het conservatorium. “Er zijn hier veel meer mogelijkheden je muzikaal te ontwikkelen. Je kunt in dit land op heel actieve manier met muziek bezig zijn; je hebt veel sneller een podium. Er ging hier een wereld voor me open. Ik heb een voorliefde voor belcanto en ik houd heel erg van Bach en gregoriaanse muziek. Daar heb ik me erg in kunnen verdiepen. En ik heb ook componisten leren kennen, die nieuw voor mij waren, Nederlandse meesters. Sweelinck is daar een mooi voorbeeld van. Ja, ik heb veel geleerd. Maar ik heb me er wél voor moeten inzetten. Latino’s zijn een beetje nonchalant. En dat kan niet in de klassieke muziek. Mijn leraar Charles Van Tassel aan het conservatorium zei: “Luis je hebt een gouden stem, maar je mist discipline!”  Daar heb ik hard aan moeten werken, maar uiteindelijk is het me gelukt. Nu zing ik regelmatig solo-partijen in koorconcerten. In januari in de Misa Criolla met Cappella Bronckhorst. Kort daarop zing ik bij een ander koor Buxtehude en de Vespers van Rachmaninov”.

Het zingen zit Oliva in het bloed. Hij zet een lange familietraditie voort.  “Ik kom uit een familie van zangers. Mijn vader was professioneel zanger. Hij is gevormd door tango en salsamuziek. Hij kende de componist van de Misa Criolla - Ramirez- persoonlijk. Ze woonden dicht bij elkaar in de buurt en waren bevriend. Mijn vader had een oude vinylplaat met het stuk waar hij enorm door gefascineerd was. Die fascinatie heeft hij op mij overgebracht. Toen ik de eerste keer hier in Nederland de solo-partij van de Misa zong, was mijn vader in Chili enorm geëmotioneerd. Hij kon de uitvoering zelf helaas niet bijwonen. Maar hij stuurde me een prachtig cadeau; zijn eigen, traditionele poncho, die hij bij uitvoeringen zelf altijd droeg. “Jij bent mijn opvolger, jongen. Nu je de Misa Criolla gaat zingen draag ik deze poncho aan je over”, zei hij. En sindsdien draag ik hem bij uitvoeringen van Zuid-Amerikaanse volksmuziek”.

Waarom het zo moeilijk is voor Nederlandse zangers om het stuk uit te voeren? Dat heeft vooral te maken met de tempowisselingen en de maatvoering, legt Oliva uit; die wijken af van westerse klassieke muziek. “In het Credo van de Misa Criolla vind je b.v. de chacarera trunca; een Argentijnse dans. Vertaald betekent het “manke poot”. En zo klinkt die muziek ook; a-ritmisch, tegendraads. Als je dat ritme niet gewend bent, moet je daar flink op oefenen”. Maar is het dan wel mogelijk om het stuk goed te zingen als je geen Zuid-Amerikaanse roots hebt? “Als klassiek geschoolde, westerse zangers de Misa uitvoeren, klinkt het gepolijst; heel anders dan hoe Zuid-Amerikaanse volkszangers zingen. De uitvoering van José Carreras verschilt sterk van die van b.v. Adrían Rodriguez. Maar ik vind dat prima. De Misa Criolla moet de wereld in.  Als het goed en met grote aandacht wordt gezongen, is het goed; wat je stijl ook is. Je moet er wel goed op studeren, de muziek laten inslijten en niet bang zijn voor de afwijkende ritmes. Het is niet genoeg als je alleen de nootjes kent; dan ben je alleen maar met je hoofd bezig. Om het stuk recht te doen, moet je het vooral zingen vanuit je hart. Ik ken Cappella Bronckhorst en de dirigent Hans de Wilde. Onder zijn leiding wordt het vast een prachtig concert. En hoe mooi is het om de Misa hier in de Gemeente Bronckhorst, in de Achterhoek uit te voeren, terwijl je weet, dat het ook in Bolivia, Amerika en zelfs het Vaticaan ten gehore wordt gebracht!

  

”De Misa Criolla moet de wereld in.  Als het goed en met grote aandacht wordt gezongen, is het goed; wat je stijl ook is. Je moet er wel goed op studeren, de muziek laten inslijtenen niet bang zijn voor de afwijkende ritmes. Het is niet genoeg als je alleen de nootjes kent; dan ben je alleen maar met je hoofd bezig. Om het stuk recht te doen, moet je het vooral zingen vanuit je hart.”

 

 

 

 

Tangoritmes en het drama van de bandoneon

Jacqueline Edeling begeleidt het jubileumconcert van Cappella Bronckhorst

 

 

Gemengd koor Cappella Bronckhorst bestaat 100 jaar. Op 27 januari wordt het jubileumjaar geopend met o.a. een uitvoering van de Misatango van Martín Palmeri. Centraal in de muzikale begeleiding staat de bandoneon, bespeeld door Jacqueline Edeling. 

Jacqueline Edeling heeft een drukke agenda. Niet zo gek, als je bedenkt, dat er in de wereld niet zo veel professionele bandoneonisten zijn; een schaarse beroepsgroep, dus. Het aantal vrouwelijke professionals dat dit instrument bespeelt is al helemáál gering; wereldwijd gezien zijn  ze op twee handen te tellen. Hoe komt een vrouw uit het noorden van ons land in dat selecte gezelschap verzeild?

“In ’72 kreeg ik voor sinterklaas een accordeon. Ik ging op les en toen is het begonnen; de liefde voor balginstrumenten. Toen ik 15 was had iemand mij als verrassing een kaartje voor een concert van Piazzola gegeven. Ik was direct helemaal verkocht. Ik ging met een dubbellp naar huis. Ik heb hem nog; inmiddels helemaal grijs gedraaid. In ’94 bezocht ik weer een optreden. Ik had het geluk om de meester even te spreken. Ik zei tegen hem; “Als ik ooit een bandoneon krijg, dan ga ik uw muziek spelen”. Later dacht ik een beetje beschaamd: Dat gaat me nooit lukken”.  

Maar dat liep anders. Op 31-jarige leeftijd organiseren vrienden van Jacqueline een bezoekje aan Klaus Gutjahr, een bandoneon-bouwer in Berlijn. Hij had een instrument dat hij goed bij haar vond passen. En zo kocht Edeling haar eerste bandoneon. 

“Gutjahr regelde overigens ook plekje voor me bij de  workshops die Alfredo Marcucci en Juan José Mosalini kort daarop verzorgden in een tango-week; grootheden die ook met Piazzola hebben gespeeld. De prijs daarvoor was overigens pittig, maar mijn oma zei: ”Kind, dat moest je maar doen. Ik zal dat voor je betalen.” Hoewel ze nog 40 kleinkinderen had, was ik een beetje haar oogappeltje. Dat kwam doordat we samen een liefde deelden: die voor de accordeon! 

Marcucci ontdekte het talent van Jacqueline Edeling en nam contact op met Carel Kraayenhof. “Ik kon bij hem op les komen en na één les zei hij: “Waarom doe je geen toelating voor het conservatorium?” Dat was drie weken nadat ik het instrument gekocht had. Het ging allemaal heel snel. Maar toen ik eenmaal op het conservatorium zat, heb ik me voorgenomen: nú ga ik er ook voor. Het was heel zwaar. Het eerste  jaar had ik veel migraine en angsten dat ik het nooit echt goed zou leren. Maar ik heb me helemaal opgesloten op het conservatorium. Ik dacht bij mezelf: als ik hier maar dag in dag uit ben en niets anders doe dan studeren, dan komt het goed. En het ís ook goed gekomen. Ik vind het bijvoorbeeld prachtig, dat ik nu dertig jaar later zo’n mooie rol mag spelen in de Misatango die Cappella Bronckhorst ten gehore gaat brengen”.

In 1996 heeft Palmeri de Misatango geschreven. Twintig jaar later wordt het overal op de wereld ten gehore gebracht. Hoe verklaar je dat mensen er zo door geraakt worden? 

“Alles klopt. Het is zó prachtig getoonzet!” antwoordt Edeling vol vuur. “De tangoritmes met het drama van de bandoneon en de strijkerspartijen, de prachtige harmonieën; gesloten akkoorden, een beetje jazzy. Ik ben heel blij dat Palmeri zich niet heeft laten verleiden tot het maken van modern gedoe, dat we ook tegenkomen. Hij heeft zich gehouden aan de oorspronvan de tango, maar hij weet tegelijk genoeg van klassieke muziek en het gebruik van instrumenten en stemmen om zó iets moois te kunnen maken. De originaliteit zit niet in hele moderne klanken en ritmes. Het zit hem in de combinatie van de roots van de tango en regels van de klassieke muziek.

Jacqueline Edeling is naast bandoneoniste ook nog koordirigent. Kan zij vanuit die professie het geheim van de betovering van het stuk verklaren? “Palmeri kent de kracht van het orkest – de bandoneon in het bijzonder -  én van het koor. Het koor gebruikt hij als de rechterhand van de bandoneon. Dáár vind je de nauwe harmonieën, daar kan het koor zich prima in bewegen; het zijn de lyrische stukken in de mis. Die ruimte ontstaat door de vaak strakke, puntige begeleiding door de instrumenten; bij de bandoneon is dat linkerhand; een hele mooie combinatie!”

 

 “Palmeri heeft zich gehouden aan de oorsprong van de tango, maar hij weet tegelijk genoeg van klassieke muziek en het gebruik van instrumenten en stemmen om zó iets moois te kunnen maken.”